De Bourgogne is het centrum van de Romaanse bouwkunst waarbij grote en indrukwekkende kloosters werden gesticht. De bekendste zijn de abdijen van Cluny, Cîteaux en Fontenay. Maar ook Pontigny, zo’n 20 kilometer van Auxerre, hoort in dit rijtje thuis. Net als Cîteaux behoort Pontigny bij de cisterciënzer orde (leuk dicteewoord). De cisterciënzer beweging was het antwoord op de extravagantie van de kloosters zoals Cluny. Onder leiding van Benard de Clairvaux keerden de cisterciënzer monniken terug naar de strenge regels van Benedictus. Ook in de architectuur vind je de door hem bepleite soberheid terug.

Pontigny als dochter van Cîteaux

De abdij werd in 1114 gesticht als ‘tweede dochterklooster’ van de abdij van Cîteaux. Hugo van Mâcon en 11 andere monniken kozen een verlaten plek langs de Serein. Na zo’n 25 jaar begonnen ze met de bouw van de huidige kerk. Met zijn 119 meter lengte is het de grootste cisterciënzer abdijkerk in Frankrijk. Vergeleken met Cluny nog bescheiden: de grootste kerk in Cluny was 187 meter lang. Maar Cluny werd na de Franse revolutie verwoest en Pontigny staat nog altijd fier overeind. De reden daarvoor is dat de abdij in Pontigny een geliefd toevluchtsoord was voor vervolgden. Edmund Rich, de verdreven aartsbisschop van Canterbury, verbleef in Pontigny in 1240. Later werd Edmund heilig verklaard; zijn praalgraf bevindt zich in de kloosterkerk. Omdat tijdens de Franse revolutie de verering van de heilige Edmund nog zeer levendig was werd de kerk gespaard. Wel zijn de meeste gebouwen van het kloostercomplex om de kerk heen verloren gegaan. Daardoor staat de kerk nu als grote trofee in het plaatsje dat met nog geen 800 inwoners heel klein en bescheiden is.

Romaanse soberheid met praalgraf

Als je de kerk bezoekt ga je eerst onder een 17e eeuwse portiek door en over een lindenlaantje bereik je het portaal van de kerk. Binnenin is de kerk sober en streng vormgegeven, het schoolvoorbeeld van de cisterciënzer bouwkunst. Het praalgraf van Sint Edmund lijkt de enige decoratieve ‘uitspatting’. Dit praalgraf is dan ook niet authentiek maar werd pas in de 17e en 19e eeuw gemaakt.

De kerk is indrukwekkend en je ervaart de sobere rust van de cisterciënzers. Maar is Pontigny een ‘must see’ in de Bourgogne? Als je in de buurt bent is het zeker de moeite waard om even te gaan kijken. Ben je liefhebber bent van architectuur in het algemeen, en Romaanse bouwkunst in het bijzonder, dan loont het om er een flink stuk voor om te rijden. Wil je lijstjes  afvinken dan hoort Pontigny daarop als ‘grootste cisterciënzer abdijkerk’. Als lijstjes en rust je beide gestolen kunnen worden, zou ik doorrijden naar Clos de Vougeot. Ook dit klooster is gesticht door de cisterciënzers. Het ligt op de route des Grands Crus bij de toeristische centra van Nuits Saint Georges en Beaune. Vooral in het hoogseizoen is rust hier ver te zoeken. Aan jou de keuze.